De grootschalige oorlog in Oekraïne is sinds februari 2022 de scherpste toets van de VKS-doctrine. Het beeld dat eruit oprijst bevestigt de grondgerichte, defensieve opzet — maar legt ook diepe tekortkomingen bloot.
Wat de doctrine bevestigde
- Geen luchtoverwicht. De VKS slaagde er niet in de Oekraïense luchtverdediging uit te schakelen en kon geen luchtdominantie afdwingen — precies wat de "gap filler"-rol al impliceerde (zie § 6.2). Analyses van een hypothetisch Baltisch scenario komen tot dezelfde conclusie: de NAVO zou de aerospace-superioriteit boven het Baltische theater behouden — de VKS mist de multirole-massa, enablers en SEAD/DEAD-capaciteit om dat te kantelen (NDA, Russia Lacks the Air Power to Support a Baltic Invasion, 2026).
- Grondgebonden zwaartepunt. Het wederzijds dichte SAM-net maakte het luchtruim voor beide partijen levensgevaarlijk; bemande toestellen bleven grotendeels boven eigen/bezet gebied.
- Massa en redundantie. Ondanks zware verliezen bleef de VKS opereren door aantallen en doorproductie — conform de kwantiteitsfilosofie (§ 6.4).
Wat de oorlog blootlegde
- Stand-off uit noodzaak. Omdat penetratie te duur was, leunt de VKS nu zwaar op glide bombs: goedkope UMPK/FAB-glijbomsets (FAB-250 tot FAB-3000) die vanaf de Su-34 op 60–90 km worden losgelaten — nieuwere jet-aangedreven varianten reiken nog verder. Dit massale, onnauwkeurige maar verwoestende wapen is hét tactische handelsmerk geworden.
- Kwetsbare bases. Diepe drone-aanvallen — culminerend in Operatie Spiderweb (juni 2025) — vernietigden strategische bommenwerpers en A-50's tot in Siberië. Vaste vliegbases bleken een strategische achilleshiel.
- Schaarse enablers. Het verlies van meerdere A-50 AWACS (zie § 2.1) en het gebrek aan tankers en moderne ISR beperken de gevechtsleiding en het bereik ernstig.
- Brekende commandoketen. De starre, top-down C2-cultuur (§ 6.3) maakte de strijdkrachten traag en kwetsbaar zodra knooppunten werden geraakt.
- Stealth nog onbewezen. De Su-57 bleef in een marginale, stand-off-rol en werd zelf op de grond beschadigd.
De oorlog veranderde de structuur van de doctrine niet — grondgericht, defensief, GCI-geleid — maar dwong de VKS tot een attritieoorlog van glijbommen en luchtverdediging in plaats van het manoeuvre-luchtoptreden waar westerse luchtmachten op mikken. De grootste verschuiving is het besef dat de "veilige diepte" van het Russische achterland niet langer bestaat.