De vier wapensoorten zijn elk waardeloos zonder de andere: radar zonder raket is blind schieten, raket zonder radar is doof. De Russische luchtverdediging knoopt ze samen via een hiërarchie van commandoposten en, sinds de jaren 2010, een nieuwe generatie geautomatiseerde gevechtsleidingssystemen (ASU) die het luchtbeeld delen en doelen automatisch aan vuureenheden toewijzen.
De commandohiërarchie
| Echelon | Commandopost / systeem | Functie |
|---|---|---|
| Strategisch | Centrale VKS-commandopost / NTsUO (Moskou) | Landelijk luchtbeeld, prioriteiten, raketafweer |
| Operationeel (AFADA) | Luchtverdedigingsdivisie → ADOC | Coördinatie tussen sectoren binnen het district |
| Sector | SOC / Baikal-1ME | Hoger ASU-knooppunt; stuurt meerdere brigades |
| Brigade / regiment | Polyana-D4M1 | ASU voor de SAM-brigade; verdeelt doelen over diviziony |
| RTV-regiment | Fundament-M | Verzamelt en verwerkt radardata, voedt de commandoposten |
| EW-brigade | Bylina (RB-109A) | Geautomatiseerde aansturing van EW-middelen |
De rode draad: Fundament bundelt het radarbeeld van de RTV en stuurt het naar Baikal-1ME (sector) en Polyana-D4M1 (brigade). Die ASU's fuseren de sporen, bepalen prioriteit en wijzen elk doel toe aan de meest geschikte vuureenheid — een S-400-divizion, een Pantsir of een onderscheppingsjager. Bylina regisseert intussen de EW-middelen die de aanvaller verstoren en de eigen stellingen afschermen.
De grootste kracht én kwetsbaarheid zit in deze aansturing. Werkt de keten, dan vuren radar, raket en jacht als één vuist. Valt een knooppunt (SOC, Polyana, een sleutelradar) uit, dan vallen de wapensoorten terug op autonoom optreden met veel minder bereik en effectiviteit. Daarom richt SEAD/DEAD zich op de C2-knooppunten, niet alleen op de lanceerinrichtingen.