De inzet van jachtvliegtuigen volgt het GCI-model (Ground-Controlled Interception), een Sovjet-erfenis. De Russische QRA (Quick Reaction Alert) is grondgestuurd: de grondcontrole detecteert en leidt, de jager bevestigt het doel, en de SAM-laag schakelt in. Jager en raket zijn complementair binnen het IADS (zie § 5.3).
Die inzetfilosofie bepaalt ook de pilotenopleiding en -cultuur:
| Kenmerk | Russische praktijk |
|---|---|
| Training | Kort, strak, weinig flexibel — initiatief niet aangemoedigd |
| Vlieguren | ± 20–60 uur per jaar (laag naar westerse maatstaf) |
| Missietype | Vaste scenario's, "drills and skills", korte heldere opdrachten |
| Rolconcept | Single-role toestellen; beperkte multirole |
| Bijtanken (AAR) | Niet vereist binnen het concept |
| Prestatie-indicator | Sorties (uitgevoerde vluchten), niet vlieguren |
Lagere individuele kwaliteit wordt gecompenseerd met aantallen en redundantie binnen het A2/AD-systeem. De ± 800 MiG-29's werden ooit de "TIE-fighter van de Sovjet-Unie" genoemd: massaal, vervangbaar, ingezet binnen een groter geheel. GCI maakt korte, eenvoudige C2-planning mogelijk en houdt de jacht in pas met de grondtroepen.