De luchtverdediging vecht met vier wapensoorten die als één systeem samenwerken. Elk krijgt verderop een eigen verdiepend deel met rol, aansturing en eenheidsopbouw:
- Radiotechnische troepen (RTV) — het radarnetwerk: detectie, identificatie en vroege waarschuwing. § 5.6
- Luchtverdedigingsjacht — de onderscheppingsjagers, grondgestuurd (GCI). § 5.8
- Grond-luchtrakettroepen (ZRV) — de SAM-regimenten en -brigades: S-400, S-300, Buk, Pantsir. § 5.7
- Elektronische-oorlogvoeringstroepen (REB) — jamming, misleiding en bescherming van het systeem. § 5.9
De eerste drie zijn de klassieke PVO-wapensoorten en staan onder de AFADA-luchtverdedigingsdivisies. De REB is formeel een zelfstandig ondersteunend wapen, maar onmisbaar in de luchtverdedigingsstrijd. Op strategisch niveau komt daar de raketafweer (PRO) bij — verdediging tegen ballistische raketten rond Moskou (A-135/A-235, zie § 5.4). Doordat sensoren, jagers en raketten onder één commando als geheel optreden, ontstaat een IADS (Integrated Air Defence System); hóé die aansturing werkt, staat in § 5.5.
Waar westerse luchtmachten luchtoverwicht veroveren met vliegtuigen, ontzegt de VKS het luchtruim primair met grondgebonden middelen. De jacht is daarin een aanvulling ("gap filler"), niet de hoofdrol. Zie § 6.2.